Gambia dag 7
Apenpark en Fajara

Vandaag staan we vroeg op zodat we om half 9 bij het Monkey Park kunnen zijn
dat 10 minuten lopen van ons hotel ligt. We laten ons geen gids aanpraten bij de
ingang, tenslotte hebben we al wat Gambia-ervaring en hebben we gehoord dat je
het park prima zelf door kunt lopen. Wel werden we bijna genept door de mensen
van het park. We wilden 2 kaartjes kopen en kregen gelijk 2 zakjes pinda's in
onze handen gedrukt, we dachten dus dat die inclusief waren en betaalden 120 dalasi. Toen we verder wilden lopen, bleek echter dat die 120 dalasi alleen voor
de nootjes waren en we nog kaartjes moesten kopen! Dat ging dus mooi niet door.
Bijna 2 euro per zakje pinda's vonden we echt teveel om er 2 te nemen. Gelukkig
deden ze niet moeilijk en namen een zakje terug om daarna 2 kaartjes + 1 zakje
af te rekenen, de prijs voor de kaartjes weten we niet, maar het kostte echt
niet veel. Aan het begin van het park stond een bordje met routes in
verschillende kleuren die als een soort ringen achter elkaar lagen. Er werd
verteld dat als je alle kleuren volgde, je 2 uurtjes aan het wandelen zou zijn.
Dat leek ons prima te doen dus we gingen monter op stap, de paaltjes met kleuren
volgend. Een gids is echt niet nodig, bespaar je het geld! Na een uur lopen
zagen we pas één aap hoog in de boom 10 seconden even zitten, we waren eigenlijk
wel teleurgesteld en baalden dat we voor niks dure pinda's hadden gekocht.
Gelukkig
stuitten we een half uurtje later op een hele familie, een stuk of 40 diertjes
van heel jong tot volwassen en heel aandoenlijk met kleine, koude handjes. Ze
bedelden wel maar waren niet opdringerig toen we de pinda's tevoorschijn
haalden. Ze ruzieden wat onderling, maar bleven netjes voor je neus of naast je
op een bankje zitten wachten om voorzichtig pinda's uit je hand te pakken als je
die aanbood. Sommige grotere apen trokken ook je vingers uit elkaar als je je
hand sloot, dat was een leuk spelletje. Er was ook een aapje bij met een blind
oogje, dat met ons mee liep toen de pinda's op waren en we vertrokken. Hij ging
telkens voor ons op het pad zitten om heel zielig te kijken totdat we bij hem
waren, dan rende hij weer een stukje verder om opnieuw te gaan zitten. de
pinda's waren echter helemaal op, achteraf had een tweede zakje wel leuk
geweest. Overigens mag je de aapjes officieel niet voeren, maar aan de kassa
worden dus wel gewoon pinda's verkocht. Je ziet zelfs lokale gidsen die
toeristen begeleiden de aapjes voeren. Het schijnt dat men het officieel
verbiedt omdat de aapjes uiteindelijk te opdringerig en zelfs vals kunnen worden
ten opzichte van de parkbezoekers. Dan moeten ze worden afgemaakt. Dat is
natuurlijk niet de bedoeling. Het park bestaat echter al jaren, en ze zijn nog
steeds heel bescheiden, dus ons leek het wat overdreven.

Let op die grote aap rechts die er bij zit alsof hij de hele dag naast me zit om
af en toe een pinda in ontvangst te kunnen nemen.
We weten niet of de aap waarvan Alex het handje even vastpakt de zelfde is als
die hiernaast bij Barbara zit, maar hij zit er wel net zo relaxed bij.

Detail.


Even de borst geven zittend naast het pad is natuurlijk heel gewoon in apenland,
maar voor ons heel vertederend. Alex stond echt zo dichtbij toen hij de foto
nam.

Na het bezoek aan het park gingen we terug naar het hotel voor een lekker luie
middag. Maar eerst nog even een lekkere hamburger eten bij Ali Baba. Alex maakte wat foto's, in de omgeving waaronder deze foto van de straat
direct voor ons hotel waar 2 kleurig geklede dames voorbijliepen. Barbara ging
lekker zitten lezen bij het appartement.
Het internetcafé waar we een paar keer onze familie mailden om alvast over onze ervaringen te
vertellen en te laten weten dat alles goed ging.

Rond 5 uur wilden we met een bush taxi naar Fajara nemen omdat we ook wel eens in een
andere stad wilden eten. We liepen naar een bush taxi, maar de chauffeurs van de
toeristentaxi's vonden dat geen goed idee in verband met verzekeringen en
veiligheid (en hun portemonnee natuurlijk). Wij vonden dat echter niet overtuigend genoeg, we kunnen heus wel op
ons zelf passen. We zeiden dat als ze ons wilden rijden, ze dat moesten doen
voor de prijs van een bush taxi (75 dalasi ipv 200 voor een enkeltje). na lang wikken en wegen en
nadat er telkens andere mensen bij werden gehaald, was er één chauffeur die
dacht; ach, 75 dalasi is beter dan niets en die bereid was ons daarvoor te rijden.
Wij vonden ons zelf wel heel stoer dat dat gelukt was!
Aangekomen in Fajara wilden we eerst over het strand daar wandelen, maar werden
meteen na het uitstappen 'ontvoerd' door een leuke, charmante Gambiaanse naar
een soort binnenplaats met kraampjes vlak voor het strand. We werden van het ene
naar het andere kraampje gevoerd. Barbara liet uiteindelijk haar haar
invlechten.
Dat zou
een half uurtje duren, maar ze was pas na anderhalf uur klaar! Maar toen was ze
ook veranderd van een Boss-lady (bijnaam voor vrouwelijke toeristen) in een
Rasta-baby! Alex kletste wat met de natuurlijk altijd rondhangende jongemannen
op het binnenplaatsje. Eentje daarvan klaagde dat hij zo'n oud model mobieltje
had en vroeg of Alex niet met die van hem wilde ruilen. Om daar zielig over te
doen ging Alex wat te ver. Hij legde hem dan ook maar even uit dat heel veel Gambiaanse families niet eens een telefoon hebben, dus dat hij niet moest
zeuren.
Om een betere prijs te krijgen voor het vlechten en omdat het de laatste
gelegenheid was om souvenirs te kopen, kochten we ook nog wat andere dingen,
zoals een tafelkleed en 2 kettinkjes.
Toen we eenmaal afscheid hadden genomen, was het al helemaal donker en konden we
niet meer het strand op jammer genoeg. Toen zijn we maar het centrum ingelopen
om een restaurant te zoeken. Het centrum was best gezellig, maar niet zo leuk
als dat van Kololi. De hustlers en bumsters daar wisten natuurlijk ook nog niet
dat we niet zo heel makkelijk te bedotten zijn, dus daar hadden we wel wat last
van. Bij sommige moesten we echt heel ferm zijn en een paar keer zeggen dat we
met zijn tweeën wilden zijn en dan bleven ze nog een paar meter achter je mee
lopen. Behoorlijk vervelend vonden we dat daar!
De keuze in restaurants was beperkter dan in Kololi, uiteindelijk belandden we
bij een restaurantje aan het strand dat er wel gezellig uitzag en heel
betaalbaar was, het heette Donimo. We kozen het vooral omdat je op een grote
veranda aan het strand kon zitten met uitzicht over de donkere zee. Het bleek van
een Duitse vrouw te zijn, die erg chagrijnig was. Een jongen die blijkbaar
klanten binnenhaalde, riep dat er Nederlanders in de zaak waren, en daar
antwoordde ze vrij vertaald op; "Nou en, kan mij wat schelen!". Dan voel je je
niet echt welkom. We bestelden maar direct de hoofdmaaltijd, het was al vrij
laat ondertussen. We hebben daar bijna een uur op moeten wachten zonder een
enkele verklaring en we waren de enige dinergasten toen we aan kwamen! Toen ik
na 40 minuten eens navraag ging doen, werd er gezegd dat ze voor elke bestelling
alles weer vers klaar maken. Dat zal best, maar dit duurde wel erg lang.
Bovendien waren er mensen na ons gekomen die wel al hun eten hadden gekregen. We
zagen ook door een raampje in de keukendeur duidelijk dat ze over ons aan het
praten waren. Al met al voelden we ons er niet welkom. Jammer genoeg was het na
een half uurtje ook niet meer lekker op het strandbalkon, omdat er een wat koude
wind stond. We verhuisden naar binnen waar het eigenlijk een beetje armoedig
bleek te zijn. Aan de bar zaten wat verveelde lokale jongemannen waarvan er
eentje duidelijk een toeristenvriendinnetje aan de haak had geslagen, waar hij
heel klef mee was. Het eten was trouwens wel goed, maar een beetje saai. Het
vlees met de saus was al door de rijst geroerd zodat elke hap hetzelfde smaakte.
Al met al de eerste keer dat een restaurant echt tegen viel.
Na een klein ommetje in het centrum besloten we naar Kololi terug te gaan. We
werden wederom echt behoorlijk lastig gevallen door bumsters en hustlers en het was al
vrij laat. We hadden het telefoonnummer van de taxichauffeur die ons had
gebracht, maar toen we hem belden was hij buiten bereik. Uiteraard stond er al
een andere taxichauffeur (van een toeristentaxi) naast ons alles te volgen. Die
begreep niet dat een chauffeur voor 75 dalasi ons had willen komen ophalen en
terugbrengen. Hij had een registratienummer op zijn auto en bood 100 dalasi, dat
vonden we ook prima.
Terug in Kololi gingen we nog een laatste keertje naar de supermarkt die laat
open bleef. Daar zat altijd een gehandicapte, wat oudere man in een rolstoel die
de deur openhield, vandaag besloten we hem ons laatste Gambiaanse geld te geven
omdat hij nooit om geld vroeg of zielig zat te kijken. Sterker nog, hij
glimlachte altijd en groette altijd alsof hij het prachtig vond om de deur voor
ons open te houden. Zo kan het dus ook.
Onze laatste volledige dag was echt een heel relaxte dag (behalve het
restaurant) waardoor we met een fijn gevoel het land morgen gaan verlaten!
Naar dag 8.
Alle dagen: dag 1, dag 2,
dag 3, dag 4,
dag 5, dag 6, dag 7, dag 8