Gambia dag 1

Kennismaken met onze directe omgeving

Met een kwartiertje vertraging vetrokken we om 9:15 van Schiphol richting Banjul. De geplande vluchttijd bedroeg 6 uur en 7 minuten, wat prima werd gehaald. We vlogen met het relatief onbekende Dutch Bird, maar de vlucht verliep prima.

Bij aankomst op het vliegveld waren we zo langs de douane, doordat één van de daar werkende mannen ons karretje met bagage meenam. Terwijl iedereen in de rij ging staan, liep hij er gewoon langs zonder op of om te kijken. Hij was zijn fooi wel waard! Dit in tegenstelling tot de mannen die onze koffer en tas in de bus legden. Twee mannen gaven de bagage over een afstand van 2 meter aan elkaar door en beide wilden ze een fooi! Onervaren als we waren deden we dat toen nog ook....

Terwijl we wachtten tot de andere passagiers door de controle waren en bij de bus naar de hotels aan kwamen, vroeg weer een andere medewerker van het vliegveld of Alex 5 euro in munten wilde omwisselen voor een biljet omdat dat makkelijker in te wisselen is in Gambia. Toen bleek dat de man zelfs daaraan geld wilde verdienen! Hij gaf namelijk maar 4 in plaats van 5 euro zonder dat te zeggen. Ondanks dat hij zei erg geholpen te zijn met 1 euro, trapte Alex daar niet in. Een heitje voor een karweitje is prima, maar stiekem geld achterhouden is natuurlijk niet ok! Gelukkig gaf de man het zonder morren terug.

Toen we uit het vliegtuig stapten viel de warmte eigenlijk wel mee. Uiteraard voelde de in Nederland aangetrokken lange broek wel wat te warm aan, maar met laagjes bovenkleding uittrekken waren we toch een heel eind gekomen om er wat koeler bij te lopen.

Hieronder zie je een Gambiaan in uniform. Waarschijnlijk een politieman of militair. Omdat het in Gambia problemen op kan leveren om foto's te maken van mensen in uniform, greep Alex gelijk zijn kans toen deze man even niet oplette.

 

 


De rit naar ons hotel duurde een half uurtje. De eerste indruk van Gambia was vooral dat het toch echt een totaal andere wereld is dan onze Westerse wereld. Vrouwen met manden op hun hoofd langs de weg, oude auto's en slecht onderhouden gebouwen bepalen het beeld.

De wegen bleken wel mee te vallen. De belangrijkste zijn geasfalteerd en eigenlijk altijd in goede staat. Soms is het hoogteverschil tussen kruisende zandwegen en asfalt wat hoog, maar een stukje verderop pas schuin de weg oprijden is daar heel normaal.

 


 

 

 

Hiernaast zie je de ingang van ons hotel; het Senegambia Beach Hotel.

 

 

 


 


 

Dit was het appartementencomplex waarin we zouden vertoeven. Ik ben die persoon met het oranje shirt, ik ben aan het kletsen met het buurmeisje van F15.

 

 

 

 

 

Wij hebben een week in een F16 gezeten! Ahum we hadden kamernummer F16 bedoelde ik.... 


Het appartementje was sober maar schoon, de spullen waren wel wat versleten. De airco werkte prima, zeker in combinatie met de ventilator. Het bed lag lekker en we hebben altijd warm en koud water gehad, ook in de douche. Alleen de vloer van het badkamertje werd behoorlijk nat als je douchte door een kleine verzakking onder het scheidings-muurtje met de douche. Maar goed, gebruikte handdoeken moest je toch op de grond leggen om te laten vervangen....

 

 

 


 

 

Dit was het uitzicht vanaf ons terrasje kijkend naar rechts. Allemaal exotische bomen en planten.

 

 

 

 


Kijkend naar links......

........zie je bomen die wat meer op de Nederlandse lijken.

Aan veel bomen en struiken hing een bordje met de Latijnse naam. Wel grappig, maar Alex (met 7 jaar tuinbouwschool achter zijn kiezen) moest regelmatig blijven staan bij een bordje om zich te verbazen over de spelfouten.


 

 

 



De hiernaast getoonde struik heet bijvoorbeeld geen Rusa maar Rosa. En dat terwijl Gambianen van rode hibiscus een favoriet drankje trekken.... Wij kregen het aangeboden op de info meeting van onze tour operator, er zat weinig smaak aan ondanks de bergen suiker die ze er in gooien. Verder werd alles rood wat er mee in aanraking kwam. Er schijnt veel vitamine C in te zitten.

 

 

 


 


Na het inspecteren van ons onderkomen liepen we naar buiten om de omgeving te verkennen. Deze jongens riepen ons een paar keer, omdat ze op het hotelterrein leken te werken gingen we een praatje maken. Ze spraken prima Engels en toonden echt belangstelling voor ons. De linker jongen (Abdu) begeleidde ons naar de dichtstbijzijnde supermarkt waar we het broodnodige water insloegen en een Afrikaanse simkaart van Africell kochten voor omgerekend ca. 9 euro (de goedkoopste manier om mobiel bereikbaar te zijn in Gambia). Dat was maar goed ook, want sms-en lukte ons maar niet toen we hem hadden geïnstalleerd. Abdu belde voor ons de klantenservice, waarna Alex een poging deed met hen te praten, maar toen aan de andere kant werd gevraagd of hij Wolof sprak (veel gesproken 'stamtaal' in dit gebied), gaf hij het op en overhandigde het mobieltje aan Abdu. Die vogelde voor ons uit dat je om te sms-en naar Nederland, naast +31, ook nog eens 338 voor een telefoonnummer moet typen, dus +33831 en dan het telnr zonder 0. Kom daar zelf maar eens achter... Het bleek dat de sms-jes vaak wel aankomen, maar dat terugsturen vanuit Nederland eigenlijk nooit lukt. Tja, het blijft toch Afrika... Het leuke was dat deze jongen niet eens geld wilde voor zijn hulp toen wij dat aanboden. "Misschien doet hij meer aan diepte-investeringen zodat hij eind van onze vakantie kan incasseren", dachten we achterdochtig. Gelukkig bleek dat niet zo te zijn. Deze jongens waren echt hulpvaardig en nieuwsgierig naar onze cultuur. Abdu had een eigen winkeltje en Modu (kortweg Mo) hielp zijn moeder in de winkel. Ze hingen de hele dag wat rond maar waren tegen niemand opdringerig. Het grappige was dat Abdu enorm gespierd was, dat was duidelijk niet van zijn 'werk'..... Hij vertelde dat hij elke dag 's ochtends en 's avonds met gewichten werkt en push ups doet. Hij wil graag een Nederlandse vriendin, dus meiden, als je nog eens in het Senegambia hotel logeert en wel valt op gespierde bruine mannen, sla je slag ;-)

Overigens blijkt uit het feit dat deze boys mobieltjes hebben dat 'zaken doen' in de toeristenbranche een goed idee is in Gambia! Vergeleken gezinnen in de binnenlanden zijn dit soort jongens en hun familie redelijk bedeeld. Wellicht dat ze daarom ook niet voor elke knipoog geld willen hebben. Ze hebben voor Afrikaanse begrippen een goede opleiding gehad en vaak ook een computercursus. Maar een echt goede job met regelmatig inkomen is toch moeilijk om aan te komen. Ze zijn ook nog steeds dol op Westerse spullen. Neem oude walkmans incl. cassettebandjes, zaklantaarns, oude mobieltjes, t-shirts en allerhande Westerse snuisterijen die je toch niet gebruikt maar mee! Ze zijn er echt blij mee.

De dichtstbijzijnde supermarkt waar we ook de simkaart hebben gekocht, ligt slechts op 2 minuten lopen afstand van het hotel, dus is natuurlijk gericht op toeristen; aan buitenlandse merken geen gebrek!

 

Kijk eens wie we aantroffen in het schap... Ze mag hier dan wel Cajoline heten, maar toevallig is dat onze eigen knuffelzachte Robijntje! En zijn dat niet de bekende vormen van Cif en Glassex flessen daarbeneden? Ook met andere namen herkennen we die wel hoor!

 

 

 

 


Tegen de tijd dat we klaar waren met inkopen doen en het mobieltjesprobleem opgelost hadden, was het ca. 6 uur en begon het tijd te worden een restaurantje op te zoeken om eens van de Afrikaanse keuken te proeven. Dat bleek een hele tour te zijn! We dachten op elke hoek een hustler of bumster aan te treffen, maar er stonden er ook nog minstens drie tussen op dit tijdstip van de dag! Als je ze eenmaal een hand hebt geschud zijn ze je 'vrienden' en blijven ze altijd aandacht trekken als je voorbijloopt. Je naam noemen vraagt echt om eeuwige roem! Ze zijn allemaal de beste gids van de Gambia, ze hebben de beste taxi en de laagste prijs en weten de beste restaurants en winkels te zitten. Als je dat niet gelooft, blijken ze gewoon geld te willen hebben of bijvoorbeeld je zonnebril. Ze schromen vaak niet er uiteindelijk rechtstreeks om te vragen. Een enkeling zegt zelfs honger te hebben, maar gezien de rijke visvangst in het land en de gezond uitziende mensen leek dat ons wat overdreven. We gingen uiteindelijk zitten bij Ali Baba, 5 minuten, maar incl. hustlers en bumsters minstens 20 minuten lopen vanaf het hotel. Maar dat was vooral in het begin, toen we nog te serieus met ze om gingen. We waren toen nog zulke makkelijke 'slachtoffers', dat een Gambiaan die naast ons bij blanken (toeristen?) op het terras zat, een leuk gesprek met ons aanknoopte, bij ons kwam zitten en uiteindelijk toch zichzelf weer als gids aanbood. Gelukkig werden echte bumsters en aanverwanten door bewakers van het terras geweerd. Bij Ali Baba blijven ze wel langs de rand hangen en proberen via oogcontact en roepen spullen aan je te verkopen; nepparfum, sigaretten,
t-shirts en sieraden. Ook vrouwen met manden fruit op hun hoofd proberen hun waren aan je te slijten. Bij andere restaurants hebben we dat eigenlijk niet gemerkt. Het eten bij Ali Baba was prima, we hebben allebei een Afrikaans gerecht genomen. Het duurde alleen erg lang voordat het werd opgediend en de patat was doordrenkt van vet, maar dat laatste bleek later standaard te zijn in Gambia, op een enkele uitzondering na. Na het eten zijn we rustig naar het hotel gelopen, hier en daar kletsend met wat Gambianen. Nog een uurtje wat lezen en de avond is al weer voorbij! De eerste indruk is heel erg goed!

Naar dag 2.


 Alle dagen: dag 1, dag  2, dag  3, dag 4, dag 5,  dag 6dag 7 dag 8