Gambia dag 2

Crocodile pool, Serrekunda market en de batik factory



Eerst lekker ontbijten op het terras. Het ontbijt is prima in het Senegambia hotel; verschillende broodjes en boterhammen (wel allemaal witbrood), verschillende soorten jam, pindakaas en vleeswaren (wel een beetje uitgedroogd aan de randjes als je laat ontbijt). Vaak waren er ook wafels, pancakes, roereieren, quiches en spek, maar het was niet geheel duidelijk op welke dagen van de week welke extra's werden geserveerd. Verder 2 soorten vruchtensap, thee, koffie en vers fruit in overvloed.

Vandaag hebben we een afspraak met Boy Leigh om 9 uur. Hij is de gids die we via internet via een Nederlands echtpaar hebben 'besteld'. Terwijl we op hem staan te wachten worden we gek van de gidsen die in het huisje met het bord 'official tourist guides' rondhangen, zie de foto hierboven. Ze willen dat we 'rustig' en 'beschermd' tegen hustlers en bumsters bij hen binnen wachten. Na wat gezeur verklappen we namelijk dat onze gids Boy Leigh heet en een aantal gidsen blijkt hem te kennen. Ze zullen waarschuwen als ze hem aan zien komen lopen. Omdat we hun beweegredenen niet echt vertrouwen, besluit Alex in onze hotelkamer Boy Leigh zijn tel.nr te halen om hem te bellen, het is al ruim 9 uur geweest. Ik wacht dan toch maar in het gidsenhuisje, en ja hoor, na een paar minuten komen de fotoboeken en verkooppraatjes tevoorschijn. Als ik na een paar snelle blikken naar buiten loop, krijg ik te horen van één van de gidsen dat Alex hem heeft gevraagd op mij te passen en weer aan hem 'over te dragen' als hij terug is. Ik weet dat dat niet zo is, maar laat me toch maar terugvoeren, tenslotte wacht me buiten het huisje een heel scala aan Gambianen die een vrouw alleen als een makkelijk slachtoffer van mooie praatjes zien. Als Alex terug is, blijkt dat het maar goed is dat we Boy Leigh's telefoonnr hadden, want hij bleek niets te weten van onze afspraak om 9 uur omdat hij zijn mail een tijdje niet heeft gelezen. Dat is niet zo handig natuurlijk. Gelukkig kan hij wel komen vandaag. We spreken af om half twaalf, zodat we eerst naar de introductiemeeting van Olympia kunnen gaan om half tien. We zijn nog net op tijd. Het is een beetje saai maar we krijgen wat nuttige papieren, een aantal tips over de omgang met Gambianen en schrijven in voor een romantische boottocht op vrijdagavond.

Boy Leigh blijkt een aardige jongen te zijn die goed Engels spreekt en vandaag al tijd heeft voor een verkorte excursie. We gaan eerst naar Bakau, naar de crocodile pool waar Charlie woont, de lokale krokodillenberoemdheid. We kunnen niet met de zogenaamde bush taxi (taxi voor locals) omdat een gids die toeristen daarin vervoerde kort geleden problemen had met de politie. Toeristen 'horen' namelijk in de groene toeristentaxi's te worden vervoerd, die 2 a 3x zo duur zijn en als enige taxisoort in de buurt van hotels mogen komen. Later blijkt zelfs dat je als Gambiaan alleen in het gebied van hotels mag komen als je in dat gebied werkt. Boy Leigh heeft een vriend van hem geregeld die zo'n toeristentaxi heeft en ons de hele middag voor een goede prijs (400 dalasi) vervoert, inclusief wachttijd bij de bezienswaardigheden. Na ca. een kwartier zijn we bij de pool waar we voor 50 dalasi kunnen gaan kijken. Gidsen betalen geen entree! Het is een een paar minuutjes lopen en onderweg gaan we op de foto in een 'olifantsboom'. Deze heeft ver uitstekende 'flappen' (ca 1,5 meter diep) waar je in kunt staan zoals je hieronder ziet.                          


Toen we vlak bij de pool waren, porde de 'krokodillenoppas' met een stok een krokodil de struiken uit voor ons, zodat we er mee op de foto konden. Daarna werden we wel vriendelijk verzocht te tekenen in een boek met een opmerking wat we ervan vonden, vergezeld door een donatie voor het eten van de krokodillen. 25 dalasi vonden we wel genoeg. Er werd ons nog wel verteld dat de krokodillen de pool ooit zelf hebben uitgekozen om te gaan wonen. De familie die het nu beheert, heeft er wat voorzieningen gemaakt, de pool wat verstevigd zo te zien en een kledingkraampje voor de omzet neergezet. Pas op dat je niet teveel belangstelling toont voor een kledingstuk, want voor je het weet wordt het over je hoofd getrokken samen met bijpassende stukken. De kroko's zijn vrij om te gaan en staan waar ze willen. Vanwege de overvloed aan vis die ze krijgen blijven ze echter waar ze zijn. Hieronder zie je de pool, waar naar het schijnt ca. 80 grote krokodillen en een onbekend aantal jongen in rondzwemt.

 

 

Krokodillen houden hun bek open om warmte af te kunnen geven aan de buitenlucht om zo niet oververhit te raken.

 

 

 

 



 

Deze krokodil komt via een inham de pool uit. Wel een grappig gezicht. Het werd wel aangeraden een beetje uit de buurt van de bek te blijven. Een beetje uitkijken moest ik dus wel met deze 2 jongens (of meiden) bij elkaar.

 

 

 


 


Terug bij onze taxi zagen we wat kindertjes die totaal niet opdringerig waren dus besloten we eens uit te proberen wat er gebeurt als je ballonnen uitdeelt. Het werd duidelijk dat deze kids niet vaak wat lekkers of leuks krijgen, behalve van toeristen; ze werden helemaal wild en probeerden voor te dringen en meerdere keren aan de beurt te komen waardoor we snel door de helft van onze ballonnen heen waren. Boy Leigh stuurde ze af en toe bij zodat het uiteindelijk nog redelijk geordend verliep. Zelfs de politie die voorbij liep maande de kinderen om wat rustiger te doen. Ze zijn er duidelijk wel dolblij mee en weten wat een ballon is. Ze bleven niet bedelen toen we eenmaal iedereen hadden gehad, dat viel reuze mee. Bakau zelf is een vrij arme wijk, de crocodile pool ligt in één van de betere wijken. Daar staat hier en daar zelfs een straatnaam op een gebouwtje geschilderd, wat je verder niet vaak ziet. Langs de asfaltwegen staan echt mooie huizen waar je zo in zou trekken, maar die zijn van bijvoorbeeld ambassadeurs.

We reden vanuit Bakau verder naar de Serrekunda market in Serrekunda. Dit bleek een wirwar te zijn van ca. één meter brede, overdekte, donkere gangetjes met hier en daar wat black light waar van alles werd verkocht; schoenen, horloges, kleding, sieraden, eten, kippen. Bijna alles draagt een merknaam of -merklogo maar is nep (eh, niet de kippen natuurlijk). Marktlui lagen her en der in en bij hun stalletje te slapen. Er was geen blanke te zien behalve wij. De marktlui probeerden ons ook constant mee te voeren naar hun stalletjes, totdat Boy Leigh ons meetrok en duidelijk maakte dat we met hem meeliepen. Menige boze blik werd hem toegeworpen! Later hoorden we dat de georganiseerde groepsexcursies nooit echt de markt binnen gaan omdat dat niet past. Die mensen missen echt iets! Wat denk je van bijvoorbeeld deze vleesmarkt (niet helemaal overdekt) waar locals elke dag hun vlees halen?! Wij krijgen al buikloop als we ernaar kijken.... Stukken vlees bij 30 graden in de buitenlucht, tentoongesteld op (houten)spullen die zo te zien nooit worden afgewassen en al maanden worden gebruikt. Yummie! Het was ook uitkijken om niet met je kleding langs stukken vlees te lopen, want je loopt als bezoeker zo langs de tafels. We mochten geen foto's maken, maar in Gambia kan natuurlijk alles voor geld, dus ziedaar; Barbara houdt haar adem in en neemt plaats achter een hakblok waar genoeg bacteriën in zitten om half Nederland voedselvergiftiging op te kunnen laten lopen. En de gewone Gambiaan eet dit soort stukken vlees dus regelmatig!!!


 

 

 

 

 

Boy Leigh bracht ons ergens naar boven zodat we konden zien dat de markt uit losse marktkraampjes bestaat. Dit zie je niet als je binnen bent en ook niet als je met een groepsexcursie meegaat. Toch leuk dat wij het wel hebben gezien dankzij onze manier van toeristje uithangen. We kunnen het iedereen aanraden!    


 


Dit is het uitzicht over de grote straat die voor de markt langs loopt.

 


 

 

 

 



 

Ook in de straat zie je marktkraampjes met veelal nep merkkleding met hier en daar een toeristenkraampje met houtsnijwerk en/of t-shirts van Gambia. Ook lopen er veel losse verkopers rond die je een (nep?) voetbalshirt van het Gambiaanse elftal willen aansmeren.

 

 

 


 


Na de markt gingen we naar de batik factory. Dit bleek niet echt een fabriek te zijn, maar meer een binnenpleintje waar met de hand batikdoeken worden gemaakt. Ook werd hier stof bewerkt volgens de 'tie and dye' methode; geknoopte doeken worden in de verf gelegd waardoor er een patroon ontstaat van lichtere en donkerdere tinten van de verfkleur.

Batikdoeken maakt men met was. Eerst wordt er een tekening gemaakt van het tafereel dat men af wil beelden, zoals hierboven. Daarna wordt de doek ingewreven met was, behalve de plekken die men met de eerste kleur wil verven. Dat is altijd de lichtste kleur. De doek gaat in een ton met verf en wordt er na een poosje uit gehaald. Dan wordt de was er uit gekookt, waarna alles weer in de was wordt gezet, behalve de plekken die met de tweede kleur moeten worden geverfd. De doek gaat in de tweede kleur verf, de was wordt er weer uitgekookt etc. totdat alle gewenste kleuren zijn gebruikt. Er is keuze uit rood, blauw, zwart, bruin en geel (als ik het goed heb). Wij hebben een doek gekocht in elk geval! Normaal kostte die 250 dalasi, maar omdat Boy Leigh er vaker mensen brengt, kregen wij het voor 200 dalasi!

 

Na de batik factory werden we nog naar een naastgelegen houtsnijwerkmarktje getroond, maar daar houden wij sowieso niet zo van, dus we waren daar snel weer weg. We gingen terug naar Kololi, waar we nog wat dronken met Boy Leigh en afspraken voor de volgende dag.

De naam van dit restaurant is ons ontschoten (iets met Uncle Sam?), maar het was vlak bij ons hotel en zag er wel gezellig uit. Het viel Alex als echte Coca Cola-fan op dat het flesje in Gambia groter is, dus dat moest op de foto...

 

 

 


 

 

Toen Boy Leigh was vetrokken, fristen we ons even op in ons appartement, rusten even lekker uit, waarna we besloten het strand te gaan verkennen. Het is niet echt wonderbaarlijk mooi, maar kan er prima mee door; strand met onder andere palmbomen in plaats van duinen eromheen ziet er toch wel exotisch uit. De zee is iets schoner en groener van kleur dan die in Nederland. Hij schijnt ook warmer te zijn, maar de rode vlag was gehesen dus het bleef bij een beetje pootjebaden. Ook wel lekker!

 

 

Helaas kwam er van romantiek wat minder; er liepen aardig wat strandversies van hustlers en bumsters rond! Ze komen vooral uit de strandtentjes zetten als je voorbijloopt. Ze proberen je vooral sieraden aan te smeren, zeggen dat het een cadeautje is en dat je alleen hoeft te geven wat je wilt, maar uiteindelijk ben je voor je het weet verzand in een onderhandeling voor het prul om je nek. Snel afkappen dus!

 

 

De jongen hiernaast was erg aanhoudend en begon zelfs zielig te doen samen met een ander toen we bijna bij ons hotel waren, wat best vervelend is. Toen hebben we hem maar 15 dalasi gegeven voor een foto van hem; Een zwarte 'Lonsdale-jongere*' vonden we wel grappig! Hij was een beetje overrompeld door ons aanbod en de uitleg erbij, maar voor 10 dalasi waren we daarna wel van hem af en een grappige foto rijker. We wipten nog even bij ons appartement naar binnen, waarna we gingen eten in de African Queen nabij ons hotel. Prima eten (weer Afrikaans gekozen), fijne bediening en maar iets duurder dan Ali Baba. Barbara gaat daarna lekker lezen in het hotel, Alex gaat nog wat buurten nabij de hotels. Eens kijken hoe je het beste rond kunt lopen; langzaam en iedereen aankijkend sta je elke 50 meter een gesprek te voeren. Niet aan te raden als je ergens op tijd moet zijn! Als je snel doorloopt en recht voor je uit kijkt, neemt het aantal mensen dat je aanklampt snel af, maar terugbrengen tot 0 gaat echt niet lukken! Alex loopt echt stevig door met zijn blik op 'onweer', maar over de hele straatlengte zijn er toch nog 2 jongens die het proberen.

* Lonsdale wordt gedragen door sommige groepen rechtse jongeren vanwege de afkorting NSDA in het woord, die bijna hetzelfde is als de naam van de partij van Hitler, de NSDAP. Overigens gaan moslims en christenen heel harmonieus met elkaar om in Gambia. Dit geldt ook voor de verschillende stammen in het land. Er wordt bijvoorbeeld niet gekeken naar religie of afkomst bij het aannemen van mensen, maar wel naar familie- en vriendschappelijke banden. Ook bij vriendschappen wordt niet gediscrimineerd. Religieuze feestdagen worden vaak gewoon samen gevierd. Misschien een goed voorbeeld voor ons landje?

Naar dag 3.

Alle dagen: dag 1, dag 2, dag 3, dag 4, dag 5,  dag 6dag 7 dag 8