Gambia dag 5

Makasutu en bezoek aan compound

's Zaterdags gingen we met Boy Leigh naar Makasutu park. Om eerlijk te zijn, dat viel behoorlijk tegen. Dit is in elk geval de plattegrond, waarop je de rivier ziet waarover we een tochtje maakten.

Het was wel grappig dat we er bijna gratis in kwamen, omdat de eigenaar James een Alex verwachtte, en het personeel dacht dat wij dat dus waren. We vielen door de mand toen we (aangekomen bij het huis van James) vroegen waarom we niet hoefden te betalen... Toen moesten we alsnog terug naar de ingang en kaartjes kopen. Het kostte niet veel, maar het was wel grappig geweest om gratis naar binnen te kunnen natuurlijk.

 

Nou ja, uiteindelijk had James vast wel gezien dat het de verkeerde Alex was.... Boy Leigh mocht sowieso gratis mee, de chauffeur bleef hangen bij een groepje Gambianen in een hutje vlak na de ingang van het park, waarschijnlijk andere chauffeurs of personeel.



 

Het toilet in het park was behoorlijk primitief, gewoon een uitgesneden zitting boven een gat met water. Het stonk ook best wel. Maar goed, als je moet, dan moet je! Voor hetzelfde geld moet je boven een kuil in de grond hangen....

 


 


 

 

Na een kopje thee van het huis op een overdekt terras, stappen we in een kano (uitgeholde boomstam) die ons langs mangroven voert, een andere soort dan we gisteren in Lamin Lodge hebben gezien laten we ons vertellen. Ook mooi, maar ook weer een beetje saai. Echt veel vogels zien we niet en andere dieren al helemaal niet.

 

 




 

 


Hier zie je wortels van bomen aan de over, wel apart om te zien.


 

 

 

 



 

 


Als je heel goed kijkt, zie je 2 bonte ijsvogels, net iets links van het midden.

 

 

 

 

 


Ik zal je even helpen.....

 

 

 

 

 





 

 


Voor deze kinderen is dit gewoon de plek waar ze lekker kunnen zwemmen.

 

 

 

 




 

 

We komen langs de ingang van het Maka Sutu base camp. Hier woont het personeel van Makasutu prak. Aan de linkerkant zijn mensen bezig dezelfde soort kano's te maken als waar wij in zitten.

 

 

 




 

 

Als we na 3 kwartier zijn uitgestapt, wandelen we weer een stukje naar de plek waar we thee kregen en waar de natuurwandeling die we in het vooruitzicht hebben ook begint. Onderweg komen we een baviaantje tegen.

 

 

 

 


 

 

 


Nog eentje, helemaal in de verte rechts van het pad.

 

 

 

 


Na een verfrissing op eigen kosten begint de wandeling. Boy Leigh gaat met de chauffeur naar de uitgang van het park, want die weet de weg daar naar toe niet.


In Nederland zouden we dit een 'dras-plas' situatie noemen; net niet onder water, maar ook niet droog. Alleen is dit een natuurlijke situatie, in tegenstelling tot in Nederland waar men stukken land expres onder laat lopen om vogels te trekken.

Verder komen we onderweg niet veel tegen wat een foto waard is. Vooral een hoop bomen en dat gaat na een half uurtje wel vervelen, en de wandeling duurt 2 uur! De managementassistent van het park gidste ons omdat wij met Boy Leigh hier kwamen, dat is blijkbaar een voorrecht. Hij wist inderdaad heel veel van alle bomen en planten die we zagen, maar we moesten heel veel eerst vragen voordat hij het vertelde en verder was hij niet erg enthousiast. Hij had nog minder interesse om tussen de bomen en planten door over andere dingen te kletsen. Niet echt gezellig gezelschap dus.

 

Aan het eind van de wandeling komen we op een open plek waar we jungle juice (sap van de palmboom) kunnen proeven. Het doet vaag denken aan Yakult, dus Barbara vindt het niet lekker, de meeste andere mensen wel. Daarna doet een Gambiaan voor hoe ze in een palm klimmen om het palmsap te verzamelen. Dan mag iedereen het proberen. Alex is de enige die het doet en het gaat hem gemakkelijk af! Zelfs onze reisleidster van Lamin Lodge op de achtergrond, die er toevallig met een groep was, klapt voor hem!

 

 

Op de terugweg komen we langs dit pindaveldje waar een familie geld mee verdient. De pinda-export is erg belangrijk voor Gambia.

 

 


 

 

 

Dit is een rode termietenheuvel, in tegenstelling tot de gele die we eerder zagen. Dit toont hoe de kleur van de aarde de kleur van de heuvel bepaalt.

 


 

 

 

 

 

Op ons verzoek stoppen we als we langs een dorpje rijden, we willen wel eens langs bij een familie die nooit toeristen op bezoek krijgt. Deze familie zien we zitten als we een stukje verder lopen. Ze heten ons van harte welkom, voor zover ze Engels kennen. Dat is toch een stuk minder dan in het toeristische kustgebied. Hun gastvrijheid heeft echter geen woorden nodig. Ik moet bij de dames op het bankje zitten en ze willen ons dolgraag aanraken. Dat ik mijn armen om ze heen legde vonden ze helemaal geweldig. Een paar van de dames zitten limoenen uit te knijpen. Ik wil weten of dat voor het avondeten is, maar daarvoor verstaan ze te weinig Engels. Er zijn 2 mooie jongedames bij die de hele tijd samen giechelen, waarvan eentje mij constant en heel geconcentreerd aankijkt als ik probeer met ze te praten. Als ik ze vertel dat ze heel mooie gezichten hebben, begrijpen ze me wel, het woord 'beautiful' kennen ze wel!. Even later komt er eentje naar me toe om te zeggen/gebaren dat ik ook een heel leuk gezicht heb, wat een lieverds!

Als we snoepjes uitdelen houden ook de volwassenen zonder schroom hun hand op. De Haagse hopjes (we komen uit Den Haag tenslotte) en salmiaklollies vallen in de smaak! Iedereen wacht netjes op zijn beurt en niemand probeert serieus een tweede ronde te krijgen, ze zijn erg netjes en bescheiden. Natuurlijk houden de kleinsten nog wel een keertje hun handje op, maar de oudere jongeren steken daar netjes een stokje voor. Het jongetje in het grijs pakt op een gegeven moment zelfs de handjes van de laatste kleintjes één voor één vast om aan mij te laten zien wie er nog krijgt. Als iedereen heeft, vouwt hij netjes mijn zakje dicht en gebaart hij dat het weer in mijn tas moet, wat een opvoeding!

 


Als we bijna weggaan, vragen de 2 mooie jongedames heel verlegen of wij misschien een mobiele telefoon voor ze hebben. Normaal zouden we dat heel brutaal vinden, maar via Boy Leigh krijgen we te horen dat communicatiemiddelen voor hen heel belangrijk zijn, omdat er niemand echt heel dichtbij woont en de dichtstbijzijnde kennis met een telefoon kilometers ver weg zit. Met een mobieltje wordt deze compound hèt communicatie-punt van de omgeving! Bovendien zijn ze verder geheel niet opdringerig en vragen ze verder nergens om. Aangezien wij inderdaad 2 mobieltjes hebben meegenomen van thuis om weg te geven, besluiten we dat deze familie een goed doel is. We kunnen het echter niet aan de twee meiden geven, omdat hun oudere broer het dan af zal pakken. We spreken af dat Boy Leigh het op onze laatste dag bij ons ophaalt, dan kunnen ze via de kennis met telefoon afspreken wanneer ze het bij hem op kunnen halen, hij woont daar namelijk niet zo ver vandaan. De meiden geven het dan aan hun moeder, zodat die het elke keer kan lenen aan diegene van het gezin die het nodig heeft. We stoppen er dan ook onze Gambiaanse simkaart in, die hebben wij dan toch niet meer nodig. Als Boy Leigh het mobieltje uiteindelijk op komt halen, blijkt dat ze hem al een paar keer hebben gebeld of hij het al heeft en bij hem thuis zitten te wachten tot hij terug is! Nou, als dat mobieltje niet goed terecht is gekomen.... Dat geeft echt een goed gevoel! En dat terwijl het echt model koelkast was zonder enige opsmuk of extra's... Overigens hebben we nog aan Boy Leigh gevraagd of we in hun huis konden kijken, maar daar worden vaak religieuze voorwerpen zichtbaar opgesteld en de mensen vinden het iet prettig om dei te laten zien, dus we zouden ze alleen maar in verlegenheid brengen. Daarom zijn we niet binnen geweest.

Onderweg naar de taxi delen we hier en daar wat snoep uit, alle kinderen reageren heel onwennig, maar blijven rustig, zeker als Boy Leigh ze er op aanspreekt. Het valt op dat ook volwassenen weer aan komen lopen om snoep te halen, voor hen is het duidelijk ook een luxe!

Als we op de terugweg naar Kololi stoppen voor een fles water bij een locaal tentje, worden we bestormd door een heleboel jongetjes die ons e-mailadres willen hebben, om pennen vragen of papiertjes met adressen in onze handen stoppen. Barbara heeft een paar keer haar e-mailadres uitgedeeld, dat kan toch geen kwaad, maar nooit iets gehoord. Alex heeft 1 jongetje onopvallend een zakje pennen gegeven, toen hij beloofd had het niet direct aan zijn vriendjes te vertellen. Tja, je kunt ze niet allemaal weerstaan.... Achteraf blijkt dat er om de hoek een grote houtsnijwerkmarkt zat, waarschijnlijk maakten die jongetjes reclame voor de kraampjes van hun familie door het adres uit te delen.

Terug in Kololi drinken we wat met Boy Leigh bij Ali Baba ten afscheid, dit was onze laatste dag met hem. We moeten nu uiteraard ook afrekenen voor zijn diensten. We vonden hem heel professioneel qua kennis en dingen regelen, echt dik in orde. Alleen misten we wat enthousiasme en interesse in ons en ons land bij hem. Wellicht komt dat doordat hij al 2 jaar Nederlanders gidst en een Nederlandse vriendin heeft, maar hij doet ook geen stapje extra om je het nog meer naar de zin te maken. Daarom besluiten we ons te houden aan de 'adviesprijs' die we meekregen in Nederland toen we hem 'bespraken', namelijk 5 euro per dag exclusief eten en drinken onderweg. Aangezien wij eigenlijk maar 2,5 dag met hem hebben doorgebracht, regelmatig eten en drinken voor hem hebben betaald en ook al een zak rijst van 610 dalasi/17 euro aan zijn familie hebben gegeven, leek 15 euro totaal ons een prima bedrag.

Na een korte pauze in ons hotel eten we bij een Thais restaurant naast hotel Tafbel, echt een aanrader! Het is van een Engelse vrouw en alles is schoon, mooi en luxe ingericht (duidelijk naar Europese maatstaven) en de prijzen zijn niet meer dan gemiddeld. Het eten is ook echt heel erg lekker! Misschien een beetje raar om in Gambia naar een Thais restaurant te gaan, maar het is het zeker waard om een dagje Gambiaans eten voor over te slaan! Op de terugweg naar ons hotel raken we in gesprek  met een militair die toezicht houdt in het toeristengebied, zodat hustlers en bumsters niet te ver gaan bij het benaderen van toeristen. Gezien Alex zijn politieverleden, kunnen we hier een verhaal van 2 pagina's neerzetten over wat hem allemaal opviel en waar ze over spraken, maar hier komt het op neer:

  • Zijn enige communicatiemiddel om assistentie mee te vragen is een mobieltje waar zelfs niet altijd beltegoed op staat (langzamer dan portofoon en dus niet altijd te gebruiken)
  • Draagt geen knuppel of pepper spray en in de pistoolholster zit alleen een metalen dummy!!!! Alleen de militairen van de presidentiële garde dragen wapens (ook een manier om aan de macht te blijven).
  • Zijn partner is op een missie, dus hij loopt 'gewoon' een paar dagen alleen rond. En dat zonder goede mogelijkheid om assistentie op te roepen!

In Nederland is het hierboven genoemde echt ondenkbaar! Alex kon er niet over uit!

Jack had nog nooit een toerist gesproken, ook al werkte hij er al een paar jaar, blijkbaar durven ze hem niet aan te spreken en hij wil niet opdringerig zijn, hij wil dat toeristen van zijn land genieten. Hij was echt verrast dat we als reactie op zijn korte groet een gesprek aanknoopten. Aangezien hij ging vragen aan zijn baas of wij de volgende dag een foto van die dummy in zijn pistoolholster mochten maken, gaven we hem een goede tip van 50 dalasi. Hij zou misschien zelfs problemen kunnen krijgen vanwege bovenstaande foto!  Hij nam  het geld echter pas na veel omzichtig gedoe en aandringen ergens op een donkere plek achter een muurtje aan, omdat hij het beeld dat men van een militair moet hebben erg serieus neemt en geen problemen wil, tenslotte mogen militairen eigenlijk niet op de foto in kostuum en laten ze zich niet omkopen. Deze foto namen we dus ook uit het zicht van de weg. Overigens verdient Jack best goed, maar gaat het meeste geld op aan studieboeken voor familieleden, zo gaat dat daar. Hij kan dus elk beetje geld nog steeds goed gebruiken, vandaar dat hij de tip toch maar aanneemt. Hij nodigde ons uit om bij zijn familie langs te komen omdat hij ons zo aardig vond, maar dat vonden we echt teveel van het goede om nog te gaan doen deze week, alhoewel het ons best leuk leek We bedankten hem dus vriendelijk voor het aanbod, hij leek het wel te begrijpen en was niet al te teleurgesteld.


Terug in het hotel bleek dat we nog naar de supermarkt hadden moeten gaan, dus Alex liep nog even terug, er is toch een supermarkt die de hele avond (tot middernacht) geopend is. Onderweg raakt hij aan de praat (uiteraard) met een taxichauffeur die hem meetroont om trots de taxi van een vriend en zijn taxi te laten zien. Tja, naar Gambiaanse maatstaven kan deze er best mee door, maar of het nou een officiële toeristentaxi is... ik zie geen registratienummer en de kleur groen klopt ook niet echt...

Deze ziet er ook niet slecht uit.... en heeft de juiste kleur groen, maar geen nummer....

De dame die er voor staat wilde al uit beeld stappen, maar bleef op verzoek van Alex juist staan. Wel een beetje verlegen zo te zien... net als het kleine meisje. Blijkbar verdient ze goed, aan haar Westerse kleding te zien. Wat zou ze voor baan hebben?

Alex wordt ook nog bijna omver gereden door een Golf cabrio die zo het 'voetgangersgedeelte' opscheurt en voor hem stil blijft staan. Alex schrikt en is op zijn hoede, maar het blijkt de militair Jack te zijn die blijkbaar een rondje rijdt met een leuke dame die zo te zien geen geld tekort heeft (stevig, mooi gekleed). Hij vraagt of Alex hem zoekt (niet) en stelt de vrouw voor als zijn zus.... jaja...

Toen Alex terug was in het hotel, was het tijd om naar bed te gaan.

Naar dag 6.


Alle dagen: dag 1, dag  2, dag  3, dag 4, dag 5,  dag 6dag 7 dag 8